Nothing if not critical

Herman Van Campenhout
  • Varia
    • About me
    • Blog
    • Ideas on sundry subjects
  • Dossiers
    • Wagner lesen mit Lacan. Warum ?
    • About me
    • Bach-essay
    • Beyond Character Analysis
    • De humanist staat off-side
    • De plaats van de politiek
    • De rest is lawaai
    • De schreeuw en de klacht van het verlangen
    • De seksuele differentie als impasse
    • De zangstem, onzegbaar fascinans
    • Die bezaubernde Katastrophe
      • Introducing the Wagner book
      • Over het Wagner-boek
      • Zu dem Wagner-Buch
    • Die Stimme des Verlangens
    • Die Stimme des Verlangens: inleiding
    • Die Stimme des Verlangens: Introduction
    • Ethiek van de muziek
    • Feiten en meningen
    • Het failliet van het linkse vertoog
    • Het hiernamaals van de klassieke muziek
    • Ian McEwan subtiel
    • Idealisme als bedreiging van de Duitse opera
    • Is de klassieke muziek dood?
    • Kafka
    • Liebe-Macht
    • Metamorfose: inleiding
    • Metamorfose: Introduction
    • Metamorfose: Vorstellung des Buches
    • Over Berlusconi
    • Over kleine verschillen
    • Politieke macht in Wagners Ring
  • subscribe
    • posts
    • comments
  • contact
    • email me
  • search
  • WelcomeWelcome
  • WillkommenWillkommen
  • WelkomWelkom

Latest

Werkelijkheid en perceptie

    Waar het in de politiek op aan komt is de perceptie. Weliswaar is er ook nog zo iets als werkelijkheid, maar perceptie speelt nog een belangrijker rol. Dat is één van de grote wijsheden van onze mediacommentatoren. Met name de hoofdredacteur van DS stond er in de voorbije jaren herhaaldelijk bij stil om zijn lezers dit elementaire inzicht op het hart te drukken. Die herhaling wijst erop dat de mensen het klaarblijkelijk niet zo best begrepen hadden. Ik wist ook nooit erg goed waar nu eigenlijk de finesse zat. Wat is ten slotte met deze perceptieslogan bedoeld? Ik begreep misschien nooit goed wat de commentator wilde zeggen, en dat doe ik nog steeds niet. Ik wil het eigenlijk ook niet.

    Men zou kunnen denken dat de slogan te maken heeft met het wetenschappelijk vaststaande feit dat mensen hogere primaten zijn, en dat zij dus voornamelijk via het visuele toegang hebben tot de werkelijkheid. Visuele perceptie is voor ons, primaten, dus van primair belang. Als men de betekenis van de slogan in deze richting wil zoeken, valt er wel iets voor te zeggen. Toch zijn de zaken nog iets complexer, want de visuele perceptie van de menselijke primaat wordt steeds ook door woorden bemiddeld. Bovendien is niet duidelijk wat de slogan, in deze zin begrepen, specifiek met politiek zou te maken hebben.

    Vermoedelijk is zo iets als het volgende bedoeld: niet of deze regering het land bekwaam bestuurt of niet, is de vraag. Of althans niet op de eerste plaats. Wel hoe de mensen dat zien: of zij menen dat de regering bekwaam is of niet. Daarvan hangt het politieke lot van het land af, of het lot van de politici. Als dit de betekenis van de herhaalde wijsheid is, zijn de politiek, en de cultuur zonder meer, in groot gevaar. Maar dat is denkelijk niet wat de hoofdredacteur bedoelde.

     Of we met een bekwame regering te doen hebben hangt af – denk ik in al mijn eenvoud – van wat ze doet, van de beslissingen die ze treft. Het gaat daarbij dus om vaststelbare feiten, die in woorden en cijfers ook ergens op papier gedocumenteerd zijn. Over die politieke handelingen en beslissingen kunnen de mensen van mening verschillen, net zoals de politici zelf. En hier komt, zo neem ik aan, de ‘perceptie’ om de hoek kijken. Of die perceptie echter ook het beslissende element is, zou ik niet met grote stelligheid durven beweren. In de democratie is het wel essentieel dat er verschillende meningen tegenover elkaar staan, en dat die de kans krijgen in het openbare debat argumenten aan te voeren. In wat echter ‘perceptie’ – enkelvoud – genoemd wordt zijn de vele verschillen al enigszins verdwenen. Dé perceptie is die van dé mensen, en wat dé mensen over politieke dingen denken wordt grotendeels bepaald door wat de media vertellen of laten zien. Journalisten die lessen geven over ‘perceptie’ pleiten dus voornamelijk voor hun media, dus voor zich zelf. Bepalend voor de mening van de mensen lijken voornamelijk – zeker niet helemaal –de visuele media zijn. Wanneer men zegt dat het in de politiek op dé perceptie aankomt, bedoelt men dus klaarblijkelijk dat de perceptie – enkelvoud – van een meerderheid van kiezers beslissend is, en niet de feitelijke werkelijkheid. In de société du spectacle is dat waarschijnlijk inderdaad het principe, maar dan wordt het politieke debat tussen de verschillende meningen ook onbesproken gelaten, geminacht of vervalst. Meningen slaan namelijk op een feitelijke werkelijkheid, en niet enkel om het beeld dat de media ervan ophangen. Of althans zo zou het in een democratisch regime moeten gaan. Wat we ‘werkelijkheid’ noemen draait steeds rond feiten, en onze verschillende meningen slaan precies op die feiten. Als de feiten door het proces van de media weggespoeld worden, is het uit met de werkelijkheid die we delen, en met de democratie.

    Dit laatste kan heel goed gebeuren. Want ‘harde’ feiten zijn broze dingen. Ze kunnen namelijk miskend worden en dan houden ze op als feiten te bestaan. In de mediawereld lijkt het inderdaad minder om de werkelijke feiten te gaan dan om de ‘perceptie’, om het beeld dat ervan gegeven wordt en dat de mensen er van hebben. Alle media trachten amechtig het tv-beeld na te bootsen, en een beeld van de werkelijkheid op te hangen. Over wat de feiten zijn, wordt minder gesproken dan over het beeld dat de een of de ander ervan in de media ophangt. En zo verdwijnen vele feiten gewoon onder het politiek correcte discours van onze politici en commentatoren. Worden de feiten dan vergeten? Eigenlijk niet. Of verdrongen? Ook niet helemaal, ten minste niet bewust. Verdringing of wegspoeling van feiten is ook weer niet zulk een gemakkelijke opdracht, zolang er mensen zijn die zich de feiten nog wel willen herinneren. Feiten zijn pas verdwenen, wanneer de mensen ze zich niet meer herinneren en ze niet meer ten berde (kunnen) brengen. Onze redacteurs zijn niet zo pervers, vermoed ik, dat ze de feiten met opzet niet meer in herinnering willen brengen. Alleen is de verleiding van het beeld zo groot dat men de feiten niet meer op tafel brengt. De reden is wellicht dat ze door het beeld niet zo gemakkelijk – tenzij op saaie manier, en dat mag niet – getoond kunnen worden, ofwel dat ze door de beelden weggemoffeld worden. De tendens van de société du spectacle van medialand is alleszins te (doen) geloven dat de tv-beelden ons ‘zeggen’ wat de werkelijkheid is. Dat is echter een primaire fout, want beelden ‘zeggen’ alleen iets, wanneer ze door taal omkaderd worden. Wanneer het publieke debat bij ons zulk een ontstellend laag niveau heeft, komt dat omdat zowel politici als politieke commentatoren voor de tendens van de société du spectacle zijn gevallen. In de media gaat het dan over de media, in het beeld om beelden. De werkelijkheid die om harde feiten draait is dan in feite deskundig geëlimineerd: dat kan men wel zien, maar het wordt niet meer gezegd, en dan wordt het ook niet meer opgemerkt. De mensen, de politiek en de beschaving raken dan op drift. In de twintigste eeuw hebben we voorbeelden gezien van regimes die aan het beeld boven de werkelijkheid programmatisch de voorkeur geven. In die regimes was de dwang van het beeld zo sterk dat het spektakel naar de werkelijkheid zelf werd overgeplaatst – met de consequenties die men kent.

    Beslissend blijven dus de feiten. Maar die zijn steeds kwetsbaar. De tendens die we vaststellen is dat ze miskend worden. Er bestaat in de spektakelmaatschappij namelijk een koppige tendens om de feitelijke werkelijkheid weg te filteren, ook al gebeurt dat niet telkens met opzet. Ik heb die tendens al eerder ‘passionele onwetendheid’ genoemd. Maar misschien worden mijn lezers – zijn die er wel? – die term al beu. Hannah Arendt zou het ‘gedachteloosheid ‘ genoemd hebben. In haar boek over Eichmann verbaast ze zich over de verklaringen van de Duitse nazi-misdadiger, en bitter smalend noemt ze hem ‘gedachteloos’. Hij was nooit een Jodenhater geweest, zei hij, en had enkel zijn vaderlandse plicht gedaan. De ontstellende geplande criminaliteit waaraan hij zijn beste diensten verleende, was een feitelijke werkelijkheid die zijn geweten niet stoorde.

 

Angry Old Man Two

Jan 21, 2012 | Categories:Blog | Leave A Comment »

Previously

Die glorieuze ‘sociale media’

Jan 19, 2012 | Read | Discuss

    De media hebben het voornamelijk over de media en wat daar gebeurt, gezegd of getoond wordt. …


Optimisme is (g)een morele plicht

Jan 19, 2012 | Read | Discuss

      Het was André Leysen die de tot slogan geworden frase uitvond: “Crisissen zijn uitd…


De enige oppositie

Jan 17, 2012 | Read | Discuss

      Toen Di Rupo in de zomer van 2011 aan de onderhandelende partijen zijn ultieme nota vo…


Meta

  • Log in
  • Entries RSS
  • Comments RSS
  • WordPress.org

About

Herman Van Campenhout

Read more about me

Credits

Design by Graph Paper Press
Subscribe to entries
Subscribe to comments
All content © 2012 by Nothing if not critical